Homeopathische Woordenlijst

De homeopathische woordenlijst is een alfabetische rubriek waar regelmatig terugkerende termen worden uitgelegd teneinde het lezen van de artikels te vergemakkelijken.

A

  • Affiniteit:
    verwantschap, neiging om een verbinding in te gaan
  • Aggravatie:
    verergering (kan optreden na het toedienen van een middel)
  • Anamnese:
    wat een patiënt zijn arts aan medische en persoonlijke geschiedenis kan vertellen
  • Apyrexie:
    koortsvrij
  • Antidotum:
    tegengif

B

  • Benigne:
    Goedaardig of ongevaarlijk

C

  • Casuïstiek:
    verzameling in dossiers van een aantal ziektegevallen
  • Complementaire remedies:
    zijn homeopathische middelen die elkaar heel goed opvolgen
  • Complex-homeopathie:
    is een vorm van homeopathie waarbij een middel gegeven wordt dat uit meerdere homeopathische substanties bestaat
  • Constitutiemiddel:
    remedie die voorgeschreven wordt op basis van de totale persoonlijkheid van de patiënt (constitutie)

D

  • Dynamis:
    levenskracht
  • Dynamisatie:
    het door herhaaldelijk schudden of wrijven toebrengen van een energetische waarde aan een verdund middel waardoor het homeopathisch werkzaam wordt.

E

  • Etiologie:
    oorzaken van de ziekte 

F

  • Farmacon of pharmacon:
    Geneesmiddel, medicament of medicijn
  • Fyto - :
    met betrekking tot planten, bv. fytotherapie of kruidengeneeskunde.

G

  • Geneesmiddel:
    is het totaalbeeldvan symptomen passend bij de remedie "X" noemt men het geneesmiddelbeeld van remedie "X"
  • Geneesmiddelproef:
    zie proving.
  • Globulen of Globuli:
    Globulen bestaan uit een drager van melksuiker of rietsuiker, die met de verdunde tinctuur van de remedie besproeid wordt en dan aan de lucht droogt.

H

  • Hiërarchisatie:
    Hieërarchisatie van symptomen is het rangschikken der symptomen in volgorde van belangrijkheid
  • Homeopathie:
    homeos = gelijkend, pathos = lijden  -> genezen door het gelijkende lijden
  • Homeovitalis:
    Vereniging Homeopatische artsen in het Franse taalgebied en opleidingscentrum voor Franstalig België, Frankrijk en Zwitserland.

I - J

  • Idiosynchrasie:
    verhoogde gevoeligheid voor bepaalde stoffen
  • Isopathie:
    is de geneeswijze waarbij men de ziekte bestrijdt door de ziekteverwekker in homeopathische verdunning toe te dienen. Zie Aphorism 56a in het Organon.

K

  • Kinesiologie:
    methode die, aan de hand van spiertesten, onder andere toelaat het lichaam te onderzoeken en te verifiëren of een homeopathische remedie bij de patiënt past.

L

  • Lipomatose of lipomatosis:
    Vetzucht.

M

  • Maligne:
    Kwaadaardig.
  • Materia Medica:
    is een naslagwerk waarin de totaliteit van alle symptomen die tijdens de provings worden vermeld en opgetekend en dit per remedie.  De Materia Medica bestaat uit duizenden bladzijden.
  • Modaliteiten:
    invloedsfactoren op de toestand waarin een patiënt zich bevindt (bijv. warmte, koude, voedsel, drank, muziek, enz...).
  • Moedertinctuur:
    zie tinctuur

N - O

  • Nosode:
    remedie gemaakt van ziek weefsel of ziekteproducten
  • Nutriënt:
    onmisbare voedingsstof, zoals eiwit, electrolyt, koolhydraat, mineraal, vet, vitamine en water.
  • Organon:
    “Organon van de rationele geneeskunde”  door Samuel Hahnemann, de grondlegger van de moderne homeopathie. Het boek beschrijft de pincipes en werking van de homeopathie. Hahnemann schreef 6 edities van het Organon van 1810-1842. De zesde editie was reeds beëindigd in 1842, maar werd pas gepubliceerd in 1921.

P

  • Pathogeen:
    ziekmakend
  • Placebo:
    nepmedicijn
  • Plethora:
    volbloedig, overvullen van weefsels met bloed
  • Polychresten:
    veel voorkomende, courante remedies
  • Potentiëren:
    het verdunnen en het schudden van oplossingen van waaruit de homeopathische remedie bereid wordt.
  • Proving:
    de benaming van het homeopathische experiment. Hierbij wordt één of meerdere proefpersonen die als gezond en vrij van klachten kunnen beschouwd worden, een homeopathisch middel toegediend gedurende een bepaalde periode of tot op het ogenblik dat er zich nieuwe kenmerken ontwikkelen. Deze kenmerken worden dan zeer secuur en gedetailleerd opgetekend.

Q - R

  • Remedie:
    homeopathisch middel
  • Repertorium:
    voor onmiddellijk gebruik tijdens de raadpleging is de Materia Medica niet erg geschikt. Daarom werd het repertorium ontworpen waarbij alle symptomen met de daarbij behorende remedies systematisch worden vermeld, zodat ze gemakkelijk op te zoeken zijn. Het belangrijkste repertorium is dat van J.T. Kent

S

  • Sarcode:
    Remedie gemaakt van weefsel of klierextract
  • Semiologie:
    Leer der ziekteverschijnselen

  • Simile:
    Een unitair middel dat bij benadering de totaliteit van de kenmerken van de patiënt dekt. Een verbetering kan het gevolg van de toediening zijn.
  • Simillimum:
    Het unitaire middel dat zo goed bij de persoon past dat de toediening ervan een genezing of een spectaculaire verbetering als gevolg heeft.
  • Suppressie:
    Medische handeling die de symptomen onderdrukt. Gevolg kan zijn dat de ziekte verschuift naar diepere orgaansystemen.

T

  • Tinktuur:
    onverdunde oplossing van waaruit verdere verdunningen gemaakt worden. Kan soms als tinctuur zelf bruikbaar zijn, wordt ook moedertinktuur genoemd.

U

  • Unitaire homeopathie:
    ook genoemd klassieke homeopathie. De richting in de homeopathie die aan de hand van de totaliteit van de mentale, emotionele en lichamelijke kenmerken van de persoon één middel in een éénmalige dosis toedient.

T

  • VHAN:
    Vereniging Homeopathische Artsen Nederland
  • VSU:
    Vlaamse Studievereniging voor Unitaire Homeopathische Geneeskunde, opleidingscentrum voor homeopatische artsen in Vlaanderen

W - Z

  • Wet van Hering:
    volgens deze wet verloopt de genezing van binnen naar buiten, van boven naar beneden, en kan symptomen uit het verleden weer bovenhalen.